Ieper (derde dag)


We lopen over de vestingmuur van Ieper naar de Menenpoort. Ieper is een hele oude vestingstad, al sinds het einde van de Middeleeuwen. Via deze poort rijdt men al vele eeuwen richting Menen in het zuidoosten. De Menenpoort is een monument voor bijna vijfenvijftigduizend vermiste Britse, Australische en Canadese militairen. Gevallen tussen 1914 en augustus 1917.  Vanaf die datum paste de namen er niet meer op en nog eens vijfendertigduizend vermisten staan op de muur bij Tyne Cot, Daar gaan we morgen heengaan. We wachten op de ceremonie van de Last Post die daar elke dag plaatsvindt. Op de muur lees ik de namen, ook van Indiërs en Zuid-Afrikanen. Ik herken de Britse regimenten. Er worden bloemen gelegd terwijl men “Hymn to the Fallen” van John Williams speelt, uit de film “Saving Private Ryan”. Ik ben ontroerd.

p1110335

Elke dag herdenken, nog steeds.

Vlak ervoor, terwijl we wachten, spreek ik een jonge Engelsman aan, ik schat hem net boven de twintig. Ik herkende zijn houding, hij is militair, een Royal Marine. Hij rijdt op de motor en wilde hier eens kijken. Ik realiseer me dat het jongens zoals als hij zijn die hier worden herdacht. We wisselen enkele woorden, militairen onderling hebben er nooit veel nodig. Als ik hem gedag heb zeg ik; “stay safe”. Hij knikt, en zegt “thanks”. Hij zal nog worden uitgezonden denk ik. Ik vertel Wim over dit korte gesprek als we teruglopen naar de camping.

 

De derde dag: In Vlaamse velden

De heuvels rond Ieper

De derde dag gaan we gaan op pad, ongeveer vijf kilometer buiten Ieper ligt de frontlijn in een grote boog van Noordwest via het oosten naar het zuiden. Hier worden vier grote slagen uitgevochten. Steeds heviger, gruwelijker en met steeds meer slachtoffers. De eerste slag in 1914 kent de ondergang van de jonge studentenregimenten van de Duitsers bij Langemark door de professionals van het Britse Leger. Het wordt later in Duitsland de “Kindermord von Ieper” genoemd.

p1110360

Ik zou een schietschijf zijn geweest

We gaan naar de heuvels oost van Ieper, nummers 60 en 62. Je kunt er nog precies zien waar de loopgraven liepen. Zelfs ik ben verbaasd over hoe dicht dat soms bij elkaar ligt. De bossen staan er weer. Ik leg uit dat er in 1914 alleen maar korte kapot geschoten stronken staan. Het is nu groen maar in die tijd is alles bruin en vies. Overal is het kapot en er ligt prikkeldraad. We lopen door de loopgraven heen. Ze zijn klein, of beter, ik ben te groot. De gemiddelde lengte is toegenomen, maar mijn hoofd zou dan ernstig gevaar lopen.

In wit , groen en rood

Ik koop een kaart waar alle begraafplaatsen en andere bijzonder plekken rond Ieper opstaan. De paarse stippen zijn de begraafplaatsen, het er ruim vijftig. We rijden naar Tyne Cot, de grote begraafplaats vlakbij Passchendale. Een naam die in Canada en Australië nog altijd wordt genoemd aan schoolkinderen. We zien op elke begraafplaats mensen, vaak ouderen. Maar ook jongeren.

Ze leggen bloemen of de zogenaamde poppy-kransen. Genoemd naar de klaprozen die als eerste weer opkwamen in de door granaten omgeploegde velden. De rode bloemen kleurde de velden en zijn het symbool van de Grote Oorlog geworden. Ik vertel van het beroemde gedicht van James McCrea, die ook in de buurt van Ieper is gesneuveld en ligt begraven:

tyne-cot

Row on row, in “Flanders Fields”

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.
We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders field

….

De begraafplaats Tyne Cot is behalve ernstig ook van een ongekende schoonheid. De prachtige witte stenen, row on row, zijn omgeven door groen gras. Bijgehouden zoals dat bij Engelse tuinen hoort. Rondom de graven staan de rode rozen. De rode klaprozen groeien maar zo kort. Op elk ereveld dezelfde grote steen en het offerkruis.

Levende doden en witte stenen

Al lopend tussen de graven kijk je uit over Ieper. Het ligt tien kilometer verder op en je ziet de kathedraal en het stadhuis. Daar vlak voor ligt de Menenpoort. Voor ons ligt het veld waar de mannen doorheen ploegen. Geen schijn van kans, denk ik, maar toch het gebed werd verovert. In het totaal vallen in deze omgeving 1,1 miljoen doden, netjes verdeeld over de geallieerden en de Duitsers.

tyne-cot-grafHet valt op dat er veel mensen over de begraafplaats lopen. Ik hoor Engels, Iers, Australisch en zelfs af en toe wat Duits. Ik leg aan Wim uit dat het voor mensen uit Australië en Canada ondenkbaar is dat ze naar Europa komen zonder deze plaatsen te bezoeken. Ik zie mensen zoeken naar namen. Zelfs nu na honderd jaar zijn ze niet vergeten, ze leven ook al zijn ze onbekend. Op veel stenen staat geen naam, alleen de simpele tekst “A soldier of the Great war, known unto God”

En dan ook grijze stenen

Het miezert vandaag en dat geeft een extra gevoel. Als het langzaam overgaat in zachte regen gaan we naar Langemark. Daar ligt de grote Duitse begraafplaats. De sfeer is anders, de stenen liggen in het gras en zijn donkergrijs. Onder elke steen liggen acht of zelfs zestien jongens. Eromheen staan grote bomen, het zijn eiken. De Duitse cultuur heeft iets met de oude eik, leg ik uit.

Midden op de begraafplaats een grasveld, ongeveer zo groot als een basketbalveld. Eromheen stenen met namen, kleiner dit keer en opnieuw zijn ze donker. Onder het grasveld liggen er twintigduizend. Op de zijkant van een van de grote stenen een klein bordje, erop de namen van een Schotse en een Britse militair. Zij zijn ook in de graf terechtgekomen. Net zoals op Tyne Cot waar we vier Duitse graven zagen staan. Zelfs hier laat de chaos van de oorlog sporen achter.

Dan rijden we verder, op weg naar Duinkerken. Ik begin aan mijn volgende verhaal over de Tweede wereldoorlog. Ik vertel dat deze in alle aspecten een voortzetting is van de Eerste.

<- terug                                                                           naar Duinkerken ->