Keuze en doneren, een interview


Een keuze voor een interview

Interview over hoop, keuze en doneren

Jos de Groot, aanstormend journalist

Ik kreeg een mailtje van een oude bekende. Of ik hem, Jos, nog kende van vroeger. Jazeker, kende ik hem nog. Hij volgt een masterstudie journalistiek en had mijn boek gelezen. Of hij mij zou mogen interviewen voor zijn studie. Het moest een actueel onderwerp zijn met maatschappelijke aandacht. Hij wilde mijn reactie op de commotie rondom de nieuwe wet Actieve Donor Registratie weten. Hoe bekeek ik, als ontvanger van een donorhart, nu de felle reacties. Of ik wilde meewerken. Natuurlijk wilde ik dat, vooral omdat ik graag jonge mensen een handje help met hun dromen. 

Het resultaat vindt U hieronder, precies zoals hij dit interview schreef*.

 

Hart van goud

“Ik heb ervaren hoe kwetsbaar het bestaan is. Jaren geleden heb ik jou als klein mannetje zien trainen op de atletiekclub. Nu ben je opgegroeid en hebben we een interview, omdat je journalist wilt worden. Dat vind ik mooi. Ik heb extra tijd gekregen om dingen mee te maken en om anderen te helpen. Daarom heb ik een boek geschreven over mijn ziekte. Mijn donor had niet dood hoeven gaan en ik had niet ziek hoeven worden, maar ik heb er toch iets zinnigs van kunnen maken.”

Door Jos de Groot

Ooit droeg Peter van Maurik (nu 53) mij op zijn rug van de atletiekbaan nadat ik mijn hamstring had gescheurd in een verwoede poging een trainingswedstrijdje te winnen. Hij was marineofficier in Den Helder, en trainde de pupillen van S.V. Noordkop. Dat we twintig jaar na zijn eerste hartritmestoornis aan zijn keukentafel een kop koffie drinken, is een wonder.

“Mijn kinderen waren drie en zes toen ik voor het eerst ziek werd. Een stukje van mijn hart was dood. In negentien jaar tijd bleef dat stukje groeien en belandde ik in een race naar beneden. Het voelde als een cadeau toen ik twee jaar geleden een telefoontje kreeg met het bericht dat ik op de wachtlijst kwam voor een donorhart. De gemiddelde wachttijd is twee jaar. Dat betekende dat ik nog twee winters door moest voor ik bovenaan zou komen, ik wist niet of ik dat zou volhouden. Toen ik bovenaan kwam, had ik nog twee weken te leven.

Hoop

“Ik heb altijd hoop gehouden dat het goed zou komen. Je wereld wordt klein als je zo lang ziek bent, en langzaam bekruipt je het gevoel dat je alleen bent. Dat is natuurlijk niet zo. Familieleden, vrienden, mantelzorgers: iedereen doet z’n best om je te helpen, maar het lukt niet. Daar kun je moedeloos van worden, maar de hoop verliezen is veel meer een keuze dan mensen denken. Hoop lijkt op liefde: het is een overgave.

“Je situatie is oneerlijk, onverklaarbaar en onlogisch, maar het heeft geen zin ertegen te vechten. Je raakt de draad kwijt als je je daartoe laat verleiden. Wat is de zin van ziek zijn? Waarom ik? Je krijgt geen antwoord. Overgave is de sleutel tot hoop.

“Als je zo lang ziek bent als ik ben geweest, heb je veel tijd om na te denken. Ik heb me relatief laat geregistreerd als orgaandonor, omdat ik dacht dat mijn ziekte en medicijngebruik dat in de weg zouden staan. Dat bleek een misvatting. Mijn hart mocht dan ziek zijn, maar mijn lever had nog prima gedoneerd kunnen worden.

Doneren

“Waarom zou je niet willen doneren? Dat is de vraag waar ik tijdens mijn ziekte vaak over heb nagedacht. Het antwoord op de vraag waarom wel, is eenvoudig. In principe wil iedereen doneren, want andere mensen helpen is menselijk. Het is een daad van compassie. Om die reden snap ik niet waarom mensen geen orgaandonor zouden zijn vanuit hun geloofsovertuiging. Geen religie is fundamenteel tegen orgaandonatie, maar mensen interpreteren het zo.

“Ik denk dat mensen ‘nee’ zeggen uit angst. Niet omdat ze bang zijn voor orgaandonatie, maar om te praten over doodgaan. Daarom vind ik die nieuwe donorwet goed. Niet omdat ik vind dat iedereen per definitie donor moet zijn, maar omdat iedereen een keuze zou moeten maken. Deze wet dwingt je daartoe. Als jij nu geen keuze maakt, moeten je nabestaanden een onmogelijke keuze maken op het moeilijkste moment denkbaar. Met de nieuwe wet kun je ook laten vastleggen dat je de keuze bij je nabestaanden wil neerleggen, maar het bewust registreren dwingt je het gesprek aan te gaan, en dat is belangrijk.

Keuze

“In mijn optiek bestaat er geen recht geen keuze te maken. Het leven ís één grote verzameling keuzes maken. Orgaandonatie wordt in het systeem van rechten en plichten getrokken, maar het gaat over keuzes. Als je ervoor kiest niet te kiezen, laat je de keuze over aan je nabestaanden. Dat is ook een keuze. Het recht op niet kiezen kan niet bestaan, omdat niet kiezen niet kan bestaan.

“Als ik iets in mijn leven heb geleerd, is het dat je keuzes bepalen hoe je zult worden herinnerd. Ik denk dat compassie de belangrijkste kracht is die je als mens kunt uitoefenen. Een ander toewensen wat je jezelf toewenst: dat lijkt me het enige uitgangspunt voor het donorschap. Eenieder die er zo kloten bij ligt als ik erbij heb gelegen, wens ik toe dat een arts de ziekenhuiskamer binnenkomt en zegt: ‘U mag even niets meer eten, we hebben een hart voor u.”

Achterkant van mijn boek

Te koop via boekhandel en website

(* de drie streamers; Hoop, doneren en Keuze,  zijn door mij toegevoegd om SEO redenen. )