Transplantatie; wat doet het met je?


Dat was de kernvraag aan mij voor een lezing vorige week op een symposium over transplantatie voor verpleegkundigen. Officieel stond er in de aankondiging van het programma dat ik het over “de psycho-sociale aspecten van de wachtlijst” zou hebben. En daar kon ik wel wat over vertellen.

Ik mocht er de hele dag bij zijn en dat was erg leerzaam. Het programma was mooi opgezet met een opbouw vanaf de achtergronden van falen van longen en hart via de transplantatieprocedures richting de transplantatie. En ik was dan de uitsmijter; een voorbeeld van het resultaat van al dat complexe en intensieve werk.

Transplantatie; wat doet het met je?

Mijn hart moest in vier uur bij mij zijn.

Het kwam voor mij af en toe erg dichtbij. In detail hoorde ik hoe een transplantatiecoördinator aan het werk gaat en vooral wat zij meemaakt. Het waren de missende uren uit mijn verhaal, de uren net voor en na het moment dat de arts mij kwam vertellen dat “Het zover was..” Het raakte mij, ik was er weer even terug. Ook het ritme van het werk van Eurotransplant dat methodisch en structureel leidt tot de toewijzing van een orgaan aan een patiënt gaf weer een stukje van de puzzel. Ik zag het werk van een chirurg van een uitnameteam in alle details. Ik voelde de spanning van de vier uur waarin een hart de tijd heeft om een nieuw leven te kunnen geven. Verteld door de man die misschien wel mijn hart in zijn handen heeft gehad.

Transplantatie; en toen mocht ik…

Want ik had op een wachtlijst gestaan en een donorhart gekregen. Of zoals ik mijn verhaal had opgebouwd; “Wij hadden op wachtlijsten gestaan voor een donorhart of…?” Want mijn verhaal is ook het verhaal van mijn naasten. Mijn verhaal is er een van meerdere wachtlijsten; van nog niet op een wachtlijst, via de wachtlijst voor de wachtlijst naar de wachtlijst en zelfs de zeer urgente wachtlijst. Waardoor ik in het laatste geval zelfs een hart kan hebben gekregen uit Slovenië.

Ik vertelde over het langzaam kwijtraken van je dromen, over het moeten terugtrekken in een steeds kleinere omgeving. Over de paniek van het vergeten van een telefoon en de irritatie over mensen die zeuren over, in onze ogen, kleine problemen. Over de psycholoog die mij leerde dat mensen niet zonder drama kunnen. En als ze dat drama niet hebben ze een behoefte voelen om drama te maken. Vertellen over het minder worden van de pijn als je haar hand weer voelt. En over het glorieuze moment dat ik diezelfde hand na de transplantatie weer voelde.

Ik vertelde over mijn vreugde, mijn angst, mijn hoop, mijn dankbaarheid. Over onze angst, hoop en dankbaarheid. Over de grote vraag; “Wat nu?” die ik op de rand van mijn bed plotseling hardop stelde twee weken na mijn transplantatie, hoe ik die nu beantwoord. Ik liet een zwemwedstrijd zien en vertelde van de pijn in mijn armen op de laatste meters. En dat die wedstrijdpijn geweldig voelt vergeleken met de continu sluipende pijnen van hartfalen.

Kortom ik mocht mijn verhaal, ons verhaal en het verhaal van mijn hart, het hart van mijn geweldige donor, vertellen voor mensen die er dagelijks bij betrokken zijn. Ik kreeg er applaus voor, maar dat applaus was eigenlijk voor de zaal zelf. Voor de mensen uit de transplantatiewereld.

Als uitsmijter mocht ik ook mijn boek “Weg van mijn Hart” nog signeren en veel leuke reacties in ontvangst nemen. Daar gaan vast meer lezingen uit voortkomen.